Forellen vangen in het zoute .....

 

Vissers heb je in soorten en maten; de een wil lekker op een stoeltje in de zon zitten om voorntjes te tikken met de vaste stok, de ander feedert op brasem of loopt met kunstaas naar snoek te gooien. De een wil ontspanning, de ander zoekt juist de uitdaging. Voor deze laatste categorie is dit verhaal bedoeld. Voor de bikkels dus. Als je nu nog geneigd bent verder te lezen, mag je een dagje met ons mee. We gaan vliegvissen! En wel op zeeforel in de Oostzee langs de Deense kust. Beleef het alsof je er echt bent:
Je wordt wakker om een uur of zes. Nog voor de wekker dus. Je voelt je onrustig maar je houdt nog even je gemak om de anderen niet wakker te maken. Die anderen doen overigens precies hetzelfde en dat weet je eigenlijk wel. Dat kan natuurlijk niet te lang duren, dus binnen een half uur is het een drukte van belang. Het gerommel met visgerei, het gesleep met waadpakken en het geknisper van eieren in de pan zorgen voor een gezellig rumoer. Je gluurt naar buiten; wat doet de wind? Dat lijkt mee te vallen aan de bomen te zien. Maar het gras en de auto zijn met een wit laagje bedekt. ’t Is eind april maar dat wil niet zeggen dat het ’s nachts gegarandeerd vorstvrij is. Extra warm aankleden dus maar. Je werkt haastig je boterhammen met ei en spek naar binnen en spoelt alles weg met een slok warme koffie. Lekker! Ondertussen wordt er druk gediscussieerd over de vraag naar welke stek we zullen gaan. Er zijn er tientallen binnen bereik. De knoop wordt doorgehakt en even later zit je in de auto.


Je zet snel je hengel in elkaar en knoopt een op een haak zes gebonden garnaalimitatie aan het einde van de leader. De Oostzee kabbelt rustig. Er is geen mens te zien. Ergens in die gigantische plas zwemt ongetwijfeld zeeforel, maar waar? Je wenst de anderen succes en begint over het kiezelstrand naar een rotspunt te lopen, die een paar honderd meter verder in zee steekt. Je moet toch ergens beginnen. ’t Is koud, maar al hobbelend over de kiezels wordt het langzaam wat warmer in je waadpak. Vol spanning breng je de lijn op lengte en met een plopje verdwijnt de garnaalimitatie onder water. Je wacht een moment en begint dan met het binnenstrippen van de lijn. Door de inhaalsnelheid te variëren en af en toe te stoppen boots je het natuurlijke gedrag van de garnaal zo goed mogelijk na. Een uur verstrijkt. Eén van je maten heb je zijn schepnet van zijn rug zien halen. Die heeft waarschijnlijk al wat gevangen, maar het was te ver weg om het goed te kunnen zien. Nu jij nog. Maar na nog een uur vissen heb je nog niks gevoeld aan het andere eind van de lijn. Al wadend ben je weer in de buurt van de auto gekomen. Over het strand zie je de anderen aankomen. Deze stek heeft de belofte voor jou niet waargemaakt. Je begint richting het strand te waden terwijl je de lijn op de reel draait. En uitgerekend dan gebeurt het: uit het niets klapt de hengel dubbel, de reel begint te krijsen en dan is het alweer voorbij; de forel heeft de haak gelost. Je hebt nooit een kans gehad om te reageren, zo snel ging het allemaal. “Je had ook moeten opletten, sukkel”, zeg je tegen jezelf. Maar gebeurd is gebeurd.


Op de volgende stek aangekomen spreek je jezelf in stilte toe en gooit de garnaal weer vol goede moed in de richting van de horizon. Maar een paar honderd meter waden en vissen verder heb je nog steeds geen tikje gehad. Terwijl je rond een uur of één je boterhammen wegwerkt, maak je de tussenbalans op; vijf uur gevist, geen resultaat. Had dan toch ook beter opgelet.
In de loop van de ochtend is de wind langzaam maar zeker wat aangetrokken. De milde kabbel is veranderd in golven van 20 centimeter hoog. Het werpen wordt lastig, maar je zet door. Je snoert de capuchon van je waadjack goed dicht en veegt de zoute spetters nog een keer van je bril. Na anderhalf uur voel je dan toch eindelijk een korte tik. Dat moet wel een vis geweest zijn. Je werpt nog een paar keer over dezelfde plek, maar de vis meldt zich geen tweede keer. Je besluit verder te gaan en gooit je “vlieg” naar een paar grote stenen, die bij elke golf onder water verdwijnen. Een lompe ruk is het antwoord. Je snapt niet hoe de forel het voor elkaar krijgt om te bijten binnen een halve seconde na het moment waarop de garnaal in het water valt. Maar hij hangt. En goed deze keer. De vis gaat als een dolle tekeer en vliegt van links naar rechts. Korte krachtexplosies laten de reel janken. Nu geen fouten maken. De vis moet het een keer opgeven en even later glijdt een schitterende zeeforel van een halve meter in je landingsnet. Uren van vruchteloos vissen zijn op slag vergeten. Alles klopt. Je besluit de vis terug te zetten en gaat op het strand zitten. Even gewoon genieten. Straks vis je weer verder….
Je weet dat het maar een verzonnen verhaal is, maar geloof me als ik zeg dat het helemaal waar is. Dit is vliegvissen op zeeforel.
Namens de commissie vliegvissen,
Jan Kist (foto’s)
Erik Hakkert (tekst)