Vliegvissen in de Bode

 

Onder een koepel van groen vliegt de lijn vlak over het water. Niet ver boven mijn hoofd komen de takken van de bomen, die aan weerszijden van het riviertje bijna in het water staan, elkaar tegen. De Bode is hier niet meer dan acht meter breed. Het groene plafond zorgt voor een bijzondere sfeer, maar maakt het werpen wel wat lastig. Je kunt natuurlijk ook zeggen uitdagend. Aan het eind van de leader zit een droge vlieg op een haakje 14. Precies zo’n vliegje moet ook ergens in de takken achter mij zitten. Werpfoutje. Lang geleden heb ik afgeleerd om te proberen ze terug te vinden. Daar is het leven te kort voor. Speld en hooiberg zeg maar. Ik houd de hengel niet vast waar de maker het bedoeld heeft, maar zo’n dertig centimeter hoger. Zo kort ik de hengel als het ware in, want eigenlijk is mijn 8½ voets hengel te lang voor dit werk. Het ziet er dom uit, maar het functioneert.


Dit keer loopt alles volgens plan. De vlieg, een nabootsing van een schietmot gemaakt van eendenkontveer en hertenhaar, valt kort voor de overkant op het water. De stroming doet zijn werk en als een kurkje dobbert hij onder de laag overhangende takken. Ik wil de lijn nog menden, stroomopwaarts terugleggen om te voorkomen dat de lijn op een onnatuurlijke manier aan de vlieg begint te trekken, maar het is al niet meer nodig; een gestippelde flits is me voor. Het lichte hengeltje buigt diep voor deze vis, maar is desondanks de meerdere. Uitgeput glijdt de forel even later in het uitgestoken net. Wilde vis tref je hier bijna niet. Ook dit is een uitzetter, waarschijnlijk afkomstig van de plaatselijke kwekerij. Een bruine forel van ruim 30 centimeter. Wild of niet, de pret is er niet minder om. Welbeschouwd sta ik dus te vissen in een forellenput, maar dan wel een hele mooie.
’t Is begin mei en het weer stelt ons niet teleur. Mild met een zonnetje. Pas ‘s avonds in de schemering merk je dat het koud wordt. Toch nog maar even volhouden, want de vis doet het nog steeds. Dan is het tijd om terug te gaan naar het pension, waar we met negen man van Vislust zijn neergestreken. Het pension staat aan de rand van het dorpje Altenbrak in de Harz in de Duitse deelstaat Sachsen-Anhalt. Vanaf het panoramaterras is het uitzicht over het Bodedal, dat er in deze tijd van het jaar frisgroen bijligt, ongetwijfeld een genot. Maar het is al donker als we aankomen en het gaat aan ons voorbij. Het Weizenbier smaakt geweldig en na een dag buitenzijn strijden gezelligheid en lome vermoeidheid om voorrang. Uiteindelijk wint zoals altijd de vermoeidheid en zetten we er voor deze dag een punt achter.


De volgende ochtend verdelen we ons na het ontbijt weer over de drie auto’s. Elk van de wagens verdwijnt naar één van de vele stekken aan het kilometerslange traject, waarvoor we vergunning hebben. Bij de lunch zullen we elkaar weer treffen op de afgesproken plaats. Dit stuk van de Bode is in beheer bij de “Fliegenfischer- und Gewässerschutzverein Bodetal e.V.”, die het tegen betaling voor gasten openstelt. Zodoende kunnen ook wij er vissen. Het water is mooi helder en – zo laten we ons vertellen - relatief weinig belast met vervuilende stoffen. Het waterpeil wordt geregeld door middel van de enkele kilometers stroomopwaarts gelegen stuwdam en is daardoor redelijk constant. Dat was één van de redenen om voor dit riviertje te kiezen, omdat een vliegvisser bij heel laag of heel hoog water niet zo goed uit de voeten kan.


Bij een bruggetje aangekomen word ik gadegeslagen door een klein kereltje, dat met zijn moeder van de nabijgelegen kinderspeelplaats afkomt. Het zou natuurlijk leuk zijn als ik dat mannetje zo’n mooie glinsterende forel kan laten zien, maar het mag niet zo zijn. Als ik vijf minuten later toch nog onverwachts een aanbeet krijg, zijn moeder en kind al verdwenen. Hun plaats op de brug is echter al weer bezet; een onbekende vliegvisser leunt tegen de reling en groet mij. Het blijkt een dorpsbewoner te zijn, die van plan is een paar forellen voor de lunch te organiseren. Hij heeft nog geen succes gehad en als hij even later verder loopt, heeft hij mijn versgevangen forel bij zich.
Als we rond het middaguur de tanden in de broodjes zetten, die we al bij het ontbijt hadden klaargemaakt, komen de verhalen al los. Iedereen is gelukkig van de hatelijke nul af, maar per stek zijn de vangsten wel erg verschillend. Zoals zo vaak ligt de vis beslist niet gelijkmatig verdeeld over de rivier. Gewoon proberen en zoeken dus maar. ”Al doende leert men” is aan de Bode een belangrijk spreekwoord. Maar ook als je niet zoveel vangt is het vissen aan de Bode nog steeds een aangenaam tijdverdrijf. Al wadend zie je onder water op de stenen enorme hoeveelheden kleine kokertjes, waarin de larven van de schietmotten huizen. Forellen zijn dol op deze kokerjuffers, net als op de volwassen insecten, maar ook bij de waterspreeuwen staan ze hoog op het menu. Regelmatig zie je zo’n vogel-met-witte-borst voorbijvliegen. En dat is maar één van de vele soorten vogels, die zich in het Bodedal thuis voelen. De vogelliefhebbers onder ons zouden niet eens aan vissen toekomen.


Op een gegeven moment kom ik bij een stuk waar ter hoogte van een huis, dat vlak aan het water staat, een diepe geul is uitgesleten. Zowel een tiental meters stroomop- als stroomafwaarts is er weinig andere beschutting te vinden, zodat het haast niet anders kan of hier ligt forel. Want waar anders? Even voel ik me bezwaard omdat ik de rust van de bewoners van het huis liever niet wil verstoren (ze zitten net koffie te drinken op hun balkonnetje boven het water), maar de visser in mij wint het van de medemens. Daar drijft de vlieg al over de geul. Maar een stuk of vijf drifts later is er nog niks gebeurd. Hmmm. Wat nu? Het enige wat ik kan bedenken is dat de vis zo diep ligt dat ze de droge vlieg niet opmerken of negeren. Snel verleng ik de leader met een dikke meter 14/00 en knoop er een verzwaarde nymf aan. Met een duidelijke “plop” verdwijnt de ruwgebonden en harige imitatie onder het oppervlak aan het begin van de geul. Ik kan het niet zien, maar ik weet dat alle uitstekende haartjes bewegen in de stroming en de nymf een levensechte uitstraling geven. De geul is wel redelijk diep, maar niet zo lang. Het is dus maar de vraag of de nymf zwaar genoeg is om op diepte te komen, voordat hij in de snelle stroming het einde van de geul bereikt. Maar dan stokt de lijn en iets daar beneden is het duidelijk niet eens met de gang van zaken. En weer moet de hengel eerst buigen om later te kunnen zegevieren. Vliegvissen is aanpassen; probeer te ontdekken wat je fout doet en hoe het beter kan.
Het avondeten in het pension is goed. Geen haute cuisine liflafjes, maar gewoon een bord vol no nonsense voedsel. Dat is precies waar we behoefte aan hebben na een dag in de buitenlucht. Het is verleidelijk om nu onderuit te zakken, maar aan die verleiding bieden we weerstand; de paar uur daglicht, die nog voor ons liggen, zijn daarvoor te kostbaar. Tot het donker vissen we verder. Af en toe doorbreekt een spartelende forel het wateroppervlak. Hiervoor zijn we gekomen.
De derde dag is alweer de dag van de terugreis. We vissen nog tot een uur of twee voordat we de spullen inpakken. Met drie man per auto is het wel van belang dat het een beetje ordelijk blijft, anders ben je continu aan het zoeken naar je spullen, maar nu geldt “als het er maar in zit”. We sluiten het weekend af met een gezamenlijke kop koffie bij een Raststätte langs de autosnelweg. Dan gaat ieder zijns weegs. Tevreden.

Namens de commissie vliegvissen
Erik Hakkert